HET
WEER,
NADER VERKLAARD
de (oudere) verhalen
zijn soms niet meer helemaal up to
date,
onze excusses daarvoor,
red.
Vulkaanuitbarstingen en klimaat
Vulkanen op tropische
breedten kunnen het klimaat
beďnvloeden maar dat
geldt alleen
voor zeer
krachtige
uitbarstingen waarbij het
vulkaanas tot zeer
grote
hoog-
tes in de atmosfeer komt. De gevolgen van de uitbars-
tingen
door
vulkanen in
tropische
landen zijn
goed
zicht-
baar in
temperatuurreeksen.
Grote uitbarstingen
zoals
de Pinatubo in 1991 en Tambora in 1815 zorgden ervoor
dat de wereldgemiddelde temperatuur
een paar
jaar
een
kwart tot
één
graad
lager lag.
De afkoeling
wordt
veroor-
zaakt doordat
vulkanisch
stof
hoog in de
atmosfeer
zon-
licht
tegenhoudt.
Vulkaanuitbarstingen
hebben
alleen
een langdurig
koelend
effect als het stof
de stratosfeer
bereikt
op
meer dan
10 tot
15 kilometer
hoogte.
Naast de
hoogte
van de
pluim heeft
ook de
plaats van
de vulkaan
op de
aarde een grote
invloed.
Stof
van
vulkaanerupties
in
de
tropen wordt door de
luchtstromingen verder om-
hoog
gebracht en over de
hele
wereld verspreid. Stof
van
vulkanen buiten de tropen
waait
naar
beneden en
ver-
dwijnt ook met neerslag
weer
snel uit de
atmosfeer.
Het
vulkaanstof van de
Grímsvötn op
IJsland,
die
mei 2011
tot
uitbarsten
kwam
heeft
zover
bekend geen invloed ge-
had op het klimaat.
Vulkaanuitbarstingen op
IJsland heb-
ben in het verleden
de
temperatuur op
aarde
nauwelijks
beďnvloed, doordat
het
vulkaanstof
relatief laag in de
atmosfeer blijft.
De Grímsvötn
op
IJsland spuwde in november 2004
een
pluim as tot op
12
kilometer hoogte.
Ook die
uitbarsting
had
geen
invloed
op de temperatuur op
aarde of in
Europa.
Ook de sterkere
uitbarsting van
de Kasatochi
in
Alaska in augustus 2008 is niet zichtbaar in de tempera-
tuurregistraties, hoewel de as
14 kilometer
hoog
kwam
en
over
een afstand van
duizenden kilometers
te
volgen
was. De zomer en de herfst na de grote uitbarsting van
de
Laki
en Grímsvötn
vulkaan op IJsland in
juni 1783
was
in
Europa
juist warmer dan
normaal.
De uitbarsting
van de
Pinatubo
op de Filippijnen in
juni 1991
heeft de
wereld
een paar
maanden achtereen
een halve graad
afgekoeld.
Het duurde
ook 2
tot 3 jaar
voordat het
effect
voorbij was: de jaargemiddelde
temperatuur
van
1992
en
1993 lag een kwart
graad
lager dan de
jaren
er voor
en
er na.
Verder terug in
de
tijd wordt de
onzekerheid
van
reconstructies van
de
temperatuur
groter. Het effect
van
de
uitbarsting
van
de
Krakatau in
1883 is
dan ook
niet
meer zo duidelijk.
Maar ook
zonder
temperatuurmetingen
zijn
effecten
van
grote
vulkaanuitbarstingen in
het
verleden terug te
vinden.
Een voorbeeld is de Tambora in
Indonesië in
april 1815
die het vulkaanas
tot
40
kilometer hoog in deatmosfeer
bracht.
Het volgende jaar 1816
staat
bekend
als
het
"jaar
zonder
zomer",
met zomertemperaturen ver
onder
nor-
maal.
Zo'n effect zullen de
vulkanen,
die in april
2010
en
mei 2011
op IJsland uitbarstte, niet
veroorzaken.