HET
WEER,
NADER VERKLAARD
de (oudere) verhalen
zijn soms niet meer helemaal up to
date,
onze excusses daarvoor,
red.
Gladheid
Wanneer de temperatuur tot enkele
graden boven het
vriespunt
daalt kan zich op de
grond
al ijs
vormen
die
aanleiding geeft tot gladheid.
Op een heldere avond
koelt het aan
het aardoppervlak als
regel het sterkst af,
zodat het daar dan het
eerst tot vorst komt.
Of het ook
glad wordt hangt af van
veel
factoren.
Niet
alleen de
vochtigheid,
water op de
weg en neerslag zijn
van
belang. Ook de
wind en
vooral de hoeveelheid warmte
in de
grond kunnen
van grote invloed zijn. Op bruggen
en opritten wordt
het eerder glad
omdat
daar
geen
warmte van
de ondergrond wordt
aangevoerd.
Na een
vorstperiode,
als
de vorst
nog in de
grond zit, zal het
juist
op andere
plaatsen van het
wegdek
eerder vriezen.
Dit wordt ook wel opvriezing
genoemd.
Een weg in een
ondiep
dal,
waar de koude lucht naar toe
stroomt, is
gevoeliger
voor vorst en dus
eerder glad
dan een
hoger
gelegen weg.
Dat
geldt ook voor
een weg op
een
noordhelling.
Die weggedeelten
worden niet
door de
zon
beschenen en
zullen
overdag
in het
algemeen
langer
glad blijven
dan andere
delen van
de weg.
Ook weggedeelten die in de
schaduw van bomen
of
andere
obstakels liggen
kunnen
langer
glad blijven.
Andere factoren die
een
rol
spelen
bij het optreden
van
gladheid zijn
de verkeersintensiteit en
eventuele
zout-
resten op de weg.
Rijkswaterstaat heeft langs de
wegen
sensoren geplaatst om temperatuur en zoutgehalte
te
meten. Op grond van deze gegevens en gladheidver-
wachtingen
kunnen de wegbeheerders
bepalen
waar en
wanneer
gestrooid moet
worden.
Gladheid kan
verrader-
lijk zijn, omdat het heel plotseling en zeer plaatselijk
kan
optreden.
Het wordt niet alleen
glad door
sneeuw, hagel
en ijzel, maar
ook
door
bevriezing bij
helder weer.
KNMI / Weer Servicedienst Leeuwarden/Wytgaard