HET
WEER,
NADER VERKLAARD
de (oudere) verhalen
zijn soms niet meer helemaal up to
date,
onze excusses daarvoor,
red.
Tsjernobyl: het weer na de ramp
De kernramp in Tsjernobyl
in 1986, nu 40 jaar geleden,
vormde een
belangrijke
impuls
om de weermodellen
verder
te
ontwikkelen.
Het KNMI
beschikt nu over een
trajectoriën-model waarmee wordt
berekend
hoe
veront-
reiniging
zich in
de
lucht
verplaatst.
De berekeningen
met het
trajectoriën-model, dat in de
jaren
zeventig
van
de
vorige
eeuw is
ontwikkeld, kunnen voor iedere
plaats
op
aarde
voor
verschillende
hoogtes in de lucht worden
uitgevoerd
op
basis
van windgegevens.
In feite zijn het
trajecten in
de
atmosfeer,
waarlangs lucht
en
verontreini-
ging
zich
verplaatst.
Het model berekent
dit
traject op
basis
van
gegevens van
zowel de
horizontale
als de
verticale windsnelheid.
Ook kunnen
langs de
trajectoriën
allerlei meteorologische
grootheden
worden berekend,
zoals luchtvochtigheid,
temperatuur
en
bewolking.
De ramp die zich
op
26 april
1986 voltrok was
een
van
de ergste
van de
laatste
decennia.
Toen brak de
ramp-
zalige brand uit in
de
kernreactor
in
Tsjernobyl in de
Oekraïne,
waardoor
radioactiviteit in
de
atmosfeer
terecht
kwam.
De dagen
daarna
eind
april, begin mei
1986 waren de luchtstromingen boven
Europa
zodanig
dat de
radioactief
besmette lucht
zich
over een
groot
deel van
het continent
kon uitbreiden.
Ten tijde van het
ongeval toonde de weerkaart
een
hogedrukgebied
boven
het noorden
en
oosten
van
Rusland en een
lage-
drukgebied boven
West-Europa.
Daardoor kwam de wind in West-Rusland en het Oost-
zeegebied uit het
zuidoosten, waarmee de
besmette
lucht
vanuit
Tsjernobyl aanvankelijk
naar Zweden en
Finland
werd gevoerd.
De
dagen daarna draaide de
wind
onder
invloed van
een
nieuw
hogedrukgebied
boven
Noord-Duitsland
naar
het
noordoost,
waardoor
de
radioactief
besmette lucht
naar Midden-Europa
kwam.
Het hogedrukgebied
zorgde
voor
een zonnige
Koninginnedag, maar de weersverwachtingen
gaven
reden tot
grote ongerustheid.
Het KNMI werd
op
Koninginnedag
1986
overspoeld
met
telefoontjes van
verontruste mensen.
Twee dagen daarna
kwamen wij
in
een
zuidoostelijke
stroming,
waarmee de
besmette
lucht
vanuit
Zuid- en Midden-Duitsland
ook
ons
land
bereikte. Op 2 mei 1986
's avonds viel er
plaatselijk
een
bui en
de dag daarna volgden
meer
buien
waarin
de
radio-activiteit met de
neerslag naar
beneden
kwam.
Door het buiige
karakter van de neerslag
werden
de
hoeveelheden zeer
grillig
verdeeld
over
ons
land.
Aan de
hand
van metingen
op weerstations,
neerslagbeelden
van de radar
en metingen
door
weer-amateurs
kon het
KNMI de
hoeveelheden regen
en daarna ook de verspreiding van de
radioactiviteit
zo
nauwkeurig mogelijk
in kaart brengen.
Daarna
kreeg
het
grootste deel
van
West-
Europa
te maken
met
relatief schone oceaanlucht,
waardoor het gehalte
aan
radioactiviteit
snel afnam.
KNMI /
Weer Servicedienst Leeuwarden/Wytgaard