HET
WEER,
NADER VERKLAARD
de (oudere) verhalen
zijn soms niet meer helemaal up to
date,
onze excusses daarvoor,
red.
Droogte
door de eeuwen heen
Droogte heeft ons al vaak parten gespeeld.
In historische
verhalen is veel
informatie te vinden over
tekorten aan
levensmiddelen en drinkwater en over
stadsbranden die vaak
het gevolg zijn
van het
gebrek
aan regen.
Droogteperiodes zijn
van groot belang voor
het klimaatonderzoek.
Grote
branden
hoorden van de
vroege middeleeuwen tot in de 17e eeuw tot
de meest
gevreesde
gebeurtenissen.
Ze
braken onverwachts
uit,
eisten veel
slachtoffers en waren
een prooi voor de
houten
huizen in
die tijd. Oorzaak
van
branden is vaak
blikseminslag, brandstichting of onvoorzichtigheid met
vuur. Droogte en ongunstige wind
konden de brand
verergeren.
Het vuur werd
in
de
middeleeuwen vaak in
de kortste
keren onbeheersbaar.
In
de nauwe straten
met hun dichte
bebouwing van houten,
met
riet gedekte
huizen was er indertijd
geen houden
meer
aan.
Alleen
monumentale
gebouwen, zoals kerk, waag en
stadhuis,
die al van steen waren,
overleefden dergelijke
branden.
Berucht was
de stadsbrand die
Utrecht in 1253
in de
as legde.
De stad is
verscheidende
keren getroffen
maar
deze brand
sloeg alles. Vooral in de nacht en
ochtend
was de brand, die
mede
door de droogte was
ontstaan
en velen in hun
slaap
verraste, verwoestend.
Ook in andere landen leidt de enorme droogte van
1252
en
1253, de droogste
van de eeuw, tot ernstige
problemen.
Men ziet geen fruit meer aan de bomen
en
de wijnoogst is
na
maandenlange droogte slecht.
Op 31 juli 1503 breekt in
Harderwijk brand uit die
uitloopt op de grootste
ramp die
de
stad ooit trof.
De wind zorgde in de nauwe straatjes voor
enorme
vuurstormen waarbij veel doden vielen. Ook plaatsen
als Hindeloopen, Zaltbommel, Gorinchem
vielen
ten
prooi
aan vlammen die
samenhingen
met het
aan-
houdend
droge
en hete
weer. Niet alleen woningen en
gebouwen
raakten in
brand.
In
lange hete
zomers
woedden
er ook bos-,
heide- en veenbranden en
soms korenbranden.
Dat leidt tot
enorme en verstik-
kende rookontwikkeling en een scherpe
brandgeur.
Op 12 mei 1687
woedde
een enorme brand in
de
venen van
Sappemeer, Wildervank
en Pekela.
Ook
de
Friese venen
werden getroffen.
Door de
harde
wind breidt
het vuur zich
sterk uit en worden niet
alleen
vonken
maar
ook brandende
turven door de
lucht
gejaagd. Opmerkelijk
droge zomers
waren er in ons
gebied in de laatste 25 jaar van
de
dertiende eeuw.
In 1389 stond de Rijn bij Keulen
voor de
derde keer in
tien
jaar zo laag dat de
paarden midden in de
rivier
liepen.
Ook
in de jaren zeventig van de vijftiende
eeuw
was het
droog.
Zo viel er in
de zinderende zomer van
1473 van
eind
april
tot half november nauwelijks regen
en braken er op
veel
laatsen
bos-,
heide- en veen-
branden uit. Het meest
unieke
jaar was 1540, het
"Grote Zonnejaar" genoemd. Een hogedrukgebied
hield de depressies
met regen
en
wind in elk
geval in
de drie
zomermaanden op
grote afstand.
Legio
bronnen
spreken van zeven maanden
zonovergoten,
droog
en
heet weer. De Rijn
kwam
vrijwel droog te
staan
en
in
Parijs liepen mensen over de bedding van
de
Seine
zonder natte
voeten te
krijgen. Zon en
warmte
brachten
de
bevolking in
het westen en midden
van
Europa in de verleiding tot
wijnaanbouw, maar
dat
mislukte. Het jaar
1540
was
het
laatste van een serie
hete zomers.
KNMI /
Weer Servicedienst Leeuwarden/Wytgaard