HET
WEER,
NADER VERKLAARD
de (oudere) verhalen
zijn soms niet meer helemaal up to
date,
onze excusses daarvoor,
red.
Sneeuwbuien
Sneeuwbuien
kunnen het verkeer behoorlijk parten
spelen. De neerslag kan
soms heftig
zijn
waardoor
het
wegdek in een mum van
tijd spiegelglad kan
worden.
De intensiteit van de neerslag kan plotseling
veranderen
en
over korte
afstanden sterk
verschillen.
Voor het
ver-
keer
is dat
verraderlijk omdat dan ook
de
toestand
van
het
wegdek van
plaats tot plaats sterk kan
verschillen.
Niet alleen
tijdens een bui maar ook kort
nadat
de bui
is
gepasseerd.
Vooral na
een flinke bui bij
temperaturen
rond het vriespunt en lage wegdektemperaturen
kan
de
weg
nog een
hele tijd glad
blijven.
De buien gaan soms
vergezeld met windstoten waardoor de
omstandigheden
voor het
verkeer nog slechter
worden.
Bovendien loopt in
sneeuwbuien het
zicht
plotseling
sterk terug.
Als het een
beetje
sneeuwt valt
dat nog wel mee. In lichte sneeuw
is
het zicht nog zo'n
één
tot
twee
kilometer.
Naarmate het
harder
sneeuwt,
wordt het zicht
snel minder.
In een zware
sneeuwbui
ligt
het zicht
tussen 200 en 500 meter,
verge-
lijkbaar
met
het zicht in
mist. In een zware sneeuwbuien
kan het
zicht verder
teruglopen
soms
zelfs
tot minder dan
50 meter.
Dat komt overeen
met het
zicht
in zeer
dichte
mist.
In combinatie met de gladheid
en de
ophoping
van
sneeuw op de
voorruit levert
dat op de weg gevaarlijke
situaties op.
Sneeuwbuien ontstaan
vaak
in koude
lucht
die van
noordelijke breedten (uit het poolgebied)
wordt
aangevoerd.
Vooral als die lucht op
grote
hoogte
in
de
atmosfeer zeer koud
is,
kunnen flinke buien ontstaan.
Het
relatief
warme water van de
Noordzee
vormt
een
ex-
tra voedingsbron voor de buien.
De invloed van
het
zee-
water is het
grootst wanneer de
lucht aangevoerd
wordt
over het zeegebied
tussen IJsland
en
Scandinavië
en
een lange
weg over
zee aflegt.
Satelliet- en
radarbeelden tonen dan lange
buienstraten
waarin de buien zich
clusteren.
De Waddeneilanden
lig-
gen bij een koude noordoostenwind soms in de aanvoer-
route van
sneeuwbuien,
die
boven het relatief warme
zee-
water
ontstaan.
Onder die omstandigheden viel
daar
in
de
winters van
1985
en
1987
een halve meter
sneeuw,
een zeldzaamheid in ons land.
Ook met een zwakke
wes-
telijke wind
kunnen sneeuwbuien die in koude
lucht
boven de
Noordzee
zijn
ontstaan de kustprovincies
bin-
nendrijven
en plaatselijk sneeuw van betekenis
achter-
laten.
In gebieden
waar
deze intensieve buien
passeren,
kan het enige
tijd flink sneeuwen.
Dat levert
bij
buiig
weer
rote verschillen op in weertype:
over een
afstand
van nog
geen
tien kilometer kan het
weer
totaal
anders
zijn.
In een
deel van het land kan een dik pak
sneeuw
vallen terwijl
het landschap
een eindje verderop
groen
blijft.
Ook hoog-
te-verschillen kunnen
invloed
hebben
op
de neerslag.
De koude lucht
is
vooral op
grote
hoogte
koud waardoor
de
neerslag op
de toppen
van de
Veluwe
of van Limburg
eerder
in sneeuw over
dan
elders. De weerkundigen
houden daar rekening
mee
in hun waarschuwingen voor
gladheid. Ook het
tijdstip
van
de neerslag is
van belang:
sneeuwbuien
in
de
spitsuren
leveren aanzienlijk meer
problemen op
dan
sneeuwval
in de rustige nachtelijke
uren.
Waarschuwingen van het
KNMI
behalve op
internet
ook
op Teletekstpagina 713.
KNMI / Weer Servicedienst Leeuwarden/Wytgaard