HET
WEER,
NADER VERKLAARD
de (oudere) verhalen
zijn soms niet meer helemaal up to
date,
onze excusses daarvoor,
red.
Aarzelende of doorzettende dooi?
Van dooi is in het algemeen sprake na een vorstpe-
riode tot
ongeveer één
etmaal na het
einde
van
de
vorst.
Weerkundigen spreken
daarna eventueel
nog
over aanhoudende- of
doorzettende dooi.
Loopt de
temperatuur
niet
verder op dan 4 graden boven het
vriespunt, dan wordt dat
lichte
dooi
genoemd. Zet de
dooi niet door dan
spreekt men van aarzelende
dooi.
Dooi kan problemen opleveren
voor het wegverkeer,
openbaar vervoer
en
vliegverkeer. Niet alleen van-
wege
gladheid door sneeuw,
ijzel of
opvriezing,
maar
ook
omdat dan gemakkelijk
mist
kan ontstaan.
Vooral bij
aarzelende
dooi kan
de overlast groot zijn
en
lang duren.
Soms vormt zich een
centimeters
dikke ijslaag die
schade kan veroorzaken. Na een
vorstperiode
zit de
vorst nog een tijd in de grond,
waardoor het aan het
aardoppervlak bij
helder weer
in de nacht weer snel
zal
vriezen. Deze verraderlijke
vorm
van
gladheid,
die zeer
plotseling kan optreden,
wordt opvriezing
genoemd.
Weggebruikers, ook
wandelaars en
fietsers moeten
ook na de vors-
tperiode
bedacht zijn op gevaarlijke
gladheid.In het
overgangsgebied
met de
zachtere
lucht
kan neer-
slag vallen. Door de grote verschillen in
temperatuur
die kunnen optreden kan de neerslag soms intensie-
ver worden. Afhankelijk van de snelheid waarmee
de
dooi
intreedt en de zachtere lucht
vordert kan er
eerst
sneeuw vallen, die overgaat in nattesneeuw
(dikkere
vlokken), ijsregen en
uiteindelijk in
regen
Op een nog bevroren ondergrond kan dat ijs
worden
en
gladheid
veroorzaken.
Bij een snelle dooi-inval,
waarbij het nabij het
aardoppervlak nog
vriest,
begint
het soms meteen te
regenen,
waarbij de druppels in
de vrieslucht of
op het
aardoppervlak bevriezen
In de weerberichten
wordt dit
ijzel of
ijsregen
genoemd. Voor het wegverkeer is dat
zeer gevaarlijk.
Een
geringe
hoeveelheid (ijs)regen kan
onder deze
omstandigheden de wegen al spiegelglad
maken.
Wanneer de zachtere
lucht over het koudere
aardop-
pervlak,
een smeltende ijsvlakte of een
sneeuwlaag
stroomt, vormt
zich door afkoeling
mist,
zogenaamde
dooimist. Bij invallende dooi wordt
het
zicht meestal
slechter en kan zelfs dichte tot zeer dichte
mist
ontstaan. Dooimist ontstaat bij
aanvoer van zachte
lucht, zodat het
bij deze vorm van mist soms ook flink
kan
waaien.
Langs de oevers
van het
IJsselmeer,
waar de lucht wordt
aangevoerd
over een ijsvlakte
kan
het
nog
dagen na het
eind
van de vorstperiode
mistig
zijn en blijft ook de temperatuur lager.
Wanneer het
bovendien
hard waait
gaat
het ijs
kruien. Het KNMI
geeft naast waarschuwingen voor
gladheid
door
neerslag ook
waarschuwingen uit
voor
gladheid voor
op- of
aanvriezing,
bevriezing
van
natte
weggedeelten
of
sneeuwresten en voor mist.
De waarschuwingen zijn
te
vinden op internet
en op
Teletekstpagina 713
KNMI / Weer Servicedienst Leeuwarden/Wytgaard