HET
WEER,
NADER VERKLAARD
de (oudere) verhalen
zijn soms niet meer helemaal up to
date,
onze excusses daarvoor,
red.
Sneeuw
Sneeuw
veroorzaakt de grootste problemen voor
het
wegverkeer,
openbaar vervoer en
vliegverkeer
met name
wanneer de
neerslag valt bij
vorst,
vooral
bij matige tot
strenge vorst. Als het dan ook hard
waait,
gaat
de
sneeuw
stuiven en
ontstaan sneeuwduinen die
veel overlast
opleveren.
Wanneer sneeuw wordt ver-
wacht
die
gladheid
veroorzaakt
geeft het KNMI
extra
waarschuwingen uit.
Sneeuw
zelf is niet glad, maar
wordt door het
verkeer tot
glad ijs
gereden. Sneeuw die
grotendeels
uit water
bestaat,
wordt natte sneeuw ge-
noemd.
De vlokken zijn
dan groter dan bij
temperaturen
onder
het vriespunt.
Grote sneeuwvlokken kunnen heel
hinderlijk
zijn voor het
verkeer,
zeker ook voor fietsers.
Grote vlokken belemmeren het zicht meer dan
kleinere
vlokken bij
droge
sneeuw.
In sneeuwval van
betekenis
is het zicht vaak
minder dan 500 meter,
soms
minder
dan 200 meter, net
als bij mist.
In bijzonder zware
sneeuwval
kan het zicht tot
minder dan 50 meter
terug-
lopen, vergelijkbaar met
zeer
dichte
mist. Ook stuif-
sneeuw kan het zicht tot een paar
honderd meter
beperken.
Stuivende sneeuw
kan de
kleinste kieren en
gaten binnendringen en geruime tijd
overlast opleveren
ook
nadat het is
opgehouden
met
sneeuwen.
Veranderen de sneeuwvlokken plotseling van
grootte
dan
wijst dat op een
temperatuurverandering
op
enige
hoogte boven ons hoofd.
Dat kan invallende dooi
zijn
of invallende
vorst. Zeker bij veranderingen van
temperatuur is het raadzaam alert te zijn op plotseling
optredende
gladheid.
De risico's kunnen van plek tot
plek
verschillen afhankelijk van strooizout en
wegdektemperaturen.
Bij
temperaturen rond het vriespunt en buiig weer
kan er
ook korrelsneeuw
vallen. Dat zijn witte ondoor-
zichtige
en meestal
ronde of kegelvormige
korreltjes,
die
op de
harde grond opspringen en
doen denken
aan hagel.
Korrelsneeuw is echter in tegenstelling tot
hagel nogal
bros en samendrukbaar
en kan gemakke-
lijk uiteenspatten.
In tegenstelling tot ijs
heeft sneeuw
een witte
kleur. Dat komt omdat sneeuw een veel min-
der
dichte
samenstelling heeft dan ijs.
Sneeuw bevat
lucht waardoor het licht
weerkaatst wordt.
Bij sneeuw is
de weerkaatsing van licht voor alle kleuren gelijk en dat
verklaart
de
witte kleur. Sneeuw kan soms echter ook
een
heel
andere
kleur hebben.
Zo lijkt de sneeuw tegen
de achtergrond van een donkere
lucht een grijze kleur
te
hebben.
Plaksneeuw bij
temperaturen rond het
vries-
punt is
ideaal
voor
sneeuwballen, sneeuwpoppen en
glijbanen.
Bij strenge vorst kunnen de
sneeuwvlokjes
zeer klein zijn
en is er sprake
van poedersneeuw
of
motsneeuw.
Bij rustig weer en
temperaturen van
meer
dan 8 graden
onder nul kan er zelfs bij een wolkenloze
hemel
poolsneeuw
vallen.
De ijsnaaldjes of ijsplaatjes
schitteren in het zonlicht.
Het KNMI geeft naast
waar-
schuwingen
voor gladheid door neerslag ook
waar-
schuwingen uit voor gladheid door
op- of aanvriezing
of
bevriezing van
natte weggedeelten of sneeuwresten.
De Waarschuwingen zijn te vinden op
internet
en op
NOS
Teletekst pagina 713.
Meteoalarm
Waarschuwingen en het Weeralarm voor 650 regio's
in
Europa zijn te
vinden op de site www.meteoalarm.eu.
Meteoalarm is het officiële
Europese platform voor
weerwaarschuwingen
waaraan 33 landelijke
weerin-
stituten
deelnemen. Meteoalarm wordt gecoördineerd
door de
Oostenrijkse weerdienst (ZAMG) en het KNMI.
KNMI / Weer Servicedienst Leeuwarden/Wytgaard