Weer Servicedienst Leeuwarden/Wytgaard

De servicedienst voor al uw weersinformatie!
 



HET WEER,
NADER VERKLAARD
de (oudere) verhalen zijn soms niet meer helemaal up to
date, onze excusses daarvoor, red.

Artsen als weerwaarnemers

Herman Boerhaave inspireerde niet alleen Fahrenheit
maar ook de beroemde waterbouwkundige Nicolaus
Cruquius, die eind 1705 als eerste met weermetingen
begon en Petrus van Musschenbroek (1692-1761).
Deze hoogleraar deed zowel in Leiden als in Utrecht
dertig jaar weerkundige waarnemingen en heeft de
aanzet gegeven tot een netwerk van artsen die het
weer bijhielden. Naast opzieners van de waterstaat
waren dat in de achttiende eeuw de belangrijkste
waarnemers. Niet alleen in ons land maar ook in
Engeland en Frankrijk 
waar medici zich verenigden
om het weer te onderzoeken. Boerhaave had contact
met de beroemde instrumentmaker Daniel Gabriel
Fahrenheit (1686-1736), die in Amsterdam woonde.
De instrumentmaker experimenteerde met thermo-
meters en kwam op het idee kwik in plaats van water
of alcohol als vloeistof te gebruiken.
Boerhaave adviseerde hem en liet zijn thermometers
door Fahrenheit repareren. Fahrenheit introduceerde
in 1717 na veel experimenteren zijn schaal met drie
vaste punten: 0 graden in een mengsel  van ijs, water
en salmiak, 32 bij het vriespunt van water en 96 was
de lichaamstemperatuur van een gezond mens.

Het laatste ijkpunt verviel later, toen het kookpunt van
water bij 212 werd gelegd. In Den Haag werd in 1779
naar aanleiding van een prijsvraag de Natuur- en
Geneeskundige Correspondentie Sociëteit opgericht.
De prijsvraag van de Hollandse Maatschappij van
Wetenschappen was welke weersomstandigheden
van invloed zijn op de gezondheid. De Friese hoog-
leraar Jan Hendrik van Swinden (1746-1823), die zich
ook bezighield met weerkundige metingen, had een
grote
vinger in de pap. Het gedachtegoed van
Herman Boerhaave 
kreeg nieuw leven en gedurende
bijna 15 jaar zijn op verschillende plaatsen weer-
metingen verricht door artsen. Eind 18e eeuw kwam
er een einde aan de Sociëteit onder meer door de
Franse inval en geldgebrek. De meetreeksen uit de
tweede helft van de 18e eeuw zijn betrekkelijk kort
maar worden tegenwoordig gebruikt om andere
langere meetreeksen, zoals die van Zwanenburg bij
Halfweg, te toetsen. Deze gegevens zijn tegen-
woordig van het grootste belang voor onderzoek
naar klimaatveranderingen.


KNMI / Weer Servicedienst Leeuwarden/Wytgaard