Weer Servicedienst Leeuwarden/Wytgaard

De servicedienst voor al uw weersinformatie!
 



HET WEER,
NADER VERKLAARD
de (oudere) verhalen zijn soms niet meer helemaal up to
date, onze excusses daarvoor, red.

Komt ons lenteweer vaker uit het zuiden?

Begin april werd in De Bilt de eerste dag van het jaar
met een temperatuur van 20˚C of meer gemeten.
Door klimaatverandering zien we steeds vaker hoge
temperaturen in het voorjaar. Nieuw onderzoek van het
KNMI laat namelijk zien dat het voorjaar in West-Europa
ongeveer twee keer zo snel opwarmt als de wereld-
gemiddelde opwarming. Het onderzoek laat ook zien
dat veranderingen in luchtstromen hier een belangrijke
rol in spelen.

Wat veroorzaakt hoge voorjaarstemperaturen?

Onderzoekers van het KNMI en de VU hebben recent
ingezoomd op hoge temperaturen in het voorjaar in
West-Europa. Want hoewel veel mensen een aantal
dagen met terrasweer in het voorjaar niet direct als een
groot probleem ervaren, kunnen temperatuurextremen
in het voorjaar grote gevolgen hebben voor landbouw
en natuur. Ook kan het de kans op extreme hitte in de
zomer vergroten. Voordat we hier verder op ingaan,
is het belangrijk om te begrijpen waar die hoge
temperaturen vandaan komen. Dit heeft grofweg twee
oorzaken: 

1. Hoe warmte ter plekke wordt geproduceerd 

De belangrijkste oorzaak van hoge voorjaars-
temperaturen is de verwarming van de lucht ter plekke.
Weinig wolken zorgen bijvoorbeeld voor veel zon en
een warme grond die de lucht erboven opwarmt.
Als de grond droog is, is er weinig afkoeling door
verdamping en stijgt de temperatuur. En als er veel
broeikasgassen in de lucht zitten, koelt het minder af
door uitstraling. We noemen dit thermodynamische
processen. 

2. Hoe warmte naar Nederland reist 

Ook is de temperatuur in Nederland afhankelijk van
stromingen hoog in de lucht. Komt de lucht uit het
zuiden, dan stroomt warme lucht uit Noord-Afrika of de
Middellandse Zee naar Nederland. Er ligt dan een
hogedrukgebied boven West-Europa en lage druk
boven de Atlantische Oceaan. Zo’n zuidelijke stroming
brengt dus de hoge temperaturen uit het zuiden onze
kant op. In juli 2019 zorgde dit bijvoorbeeld voor
extreme hitte in Nederland.

Ook vroeger in het jaar kan zo’n stroming voor
opvallend zachte temperaturen zorgen. Eind februari
van dit jaar werd in De Bilt bijvoorbeeld een temperatuur
van 17.3˚C gemeten (afbeelding 1). In het huidige
klimaat is zo’n temperatuur vrij zeldzaam in de maand
februari: het komt ongeveer eens in de vijf jaar voor.
De warmte hield aan tot in begin maart. Het was in die
periode
zonovergoten, droog en uitzonderlijk zacht voor
de tijd van het jaar. Begin april draaide de wind opnieuw
naar het zuiden en de temperatuur in Zuid-Nederland
steeg op 9 april tot boven de 23 graden
(animatie in afbeelding 2).
Afbeeldingen aanklikken s.v.p.

Weerkaart van West-Europa van 25 februari 2026 met een lagedrukgebied boven de atlantische oceaan en een hogedrukgebied boven Oost-Europa met een zuidelijke stroming over West-Europa.
Afbeelding 1: Weerkaart 25 februari om 06:00 uur.
De stroming volgt de blauwe contourlijnen van gelijke
luchtdruk volgens de zwarte pijl van zuid(west) naar
noord(oost). İKNMI
Animatie van de wind op 5,5 kilometer hoogte (contourlijnen) en temperatuur op 1,5 kilometer hoogte (in kleur) boven West-Europa van 5 tot 10 april 2026
Afbeelding 2. Animatie van de stroming op het
500 hPa drukvlak op ongeveer 5.5 kilometer hoogte
(contourlijnen, wind waait langs de contourlijnen,
harder waar de lijnen dicht op elkaar zitten) en de
temperatuur op het 850 hPa drukvlak op ongeveer
1.5 kilometer hoogte (kleur). Data: ERA5/ECMWF.

Het voorjaar verandert – maar waarom?

Het voorjaar in Nederland warmt op. Volgens de
KNMI’23-klimaatscenario’s nemen de gemiddelde
maximumtemperaturen in Nederland in de lente toe
met 0.7 tot 3.3 graden in 2100 (afbeelding 3).
De eerdergenoemde thermodynamische processen
zijn hiervan een belangrijke oorzaak, maar
het nieuwe
onderzoek laat zien dat ook luchtstromen een rol
spelen: op sommige plekken in West-Europa komt tot
een derde van de opwarming door veranderingen in
luchtstromen. In De Bilt is het aantal lentedagen met
wind uit zuid tot zuidwest licht toegenomen
(afbeelding 4). De gemiddelde maximumtemperatuur
is rond 2 graden toegenomen voor alle windrichtingen
als je het tijdvak 1961-1990 vergelijkt met de laatste
30 jaar. De hoogste maximumtemperaturen komen
voor op dagen met wind uit het zuidoosten.
Lijngrafiek van de gemiddelde maximumtemperatuur in de lente in De Bilt van 1901 tot 2025 en de verwachte waarde rond 2025 en 2100 volgens de KNMI'23 klimaatscenario's
Afbeelding 3: Gemeten en toekomstige lente-
gemiddelde maximumtemperaturen volgens de
KNMI’23-klimaatscenario’s uit het klimaatdashboard.
Windrozen met links de gemiddelde maximumtemperatuur in De Bilt in de lente per windrichting en rechts het percentage dagen met een bepaalde windrichting, beide voor 1961-1990 en 1996-2025
Afbeelding 4. Maximumtemperatuur per windrichting
(links) en het percentage dagen met een bepaalde
windrichting (rechts) in De Bilt in de lente voor
1961-1990 (blauw) en 1996-2025 (rood). İKNMI

Steeds vaker lucht uit het zuiden?

De onderzoekers zien aanwijzingen dat dagen met
een zuidelijke stroming zoals op de weerkaart en de
animatie hierboven steeds vaker voorkomen. Het is nog
onduidelijk of we toevallig een aantal jaren achter de rug
hebben met wat vaker wind uit het zuiden in het voorjaar,
of dat de opwarming van de aarde zorgt voor meer
zuidenwind. Als dat laatste het geval is, dan verwachten
we ook in de toekomst vaker een zuidelijke stroming,
waardoor de opwarming in West-Europa in het voorjaar
verder wordt versterkt.

Klimaatmodellen hebben nog moeite om de gemeten
temperatuurveranderingen en de waargenomen dagen
met een zuidelijke stroming in West-Europa goed te
simuleren. Ze kunnen daarom ook nog geen uitsluitsel
geven of de opwarming van de aarde vaker een zuide-
lijke stroming geeft in het voorjaar over West-Europa.

De bodem heeft een geheugen 

Extreme temperaturen in het voorjaar kunnen grote
gevolgen hebben later in het jaar. Dit komt door iets
wat de onderzoekers ‘bodemvochtgeheugen’ noemen.

Als het groeiseizoen eerder begint en de temperatuur
toeneemt,
neemt de hoeveelheid vocht in de bodem af
doordat er meer water verdampt via planten.
Die droogte verdwijnt niet meteen, waardoor de
bodem droog de zomer in kan gaan.

Is de bodem in de zomer droog, dan verergert dit de
hitte in de zomer, want met weinig water in de bodem
is er weinig verdamping en verkoeling.
De onderzoeksresultaten over lente-extremen vormen
daarom een belangrijk deel van de puzzel die
klimaatonderzoekers proberen te begrijpen.

KNMI-Klimaatbericht door Lone Mokkenstorm,
met veel dank aan Izidine Pinto


KNMI / Weer Servicedienst Leeuwarden/Wytgaard