HET
WEER,
NADER VERKLAARD
de (oudere) verhalen
zijn soms niet meer helemaal up to
date,
onze excusses daarvoor,
red.
Maart in drie eeuwen
In maart nog volop ijs op de Nederlandse
rivieren,
het IJsselmeer
en
de
Waddenzee met de hele
maand
nog schaatsmogelijkheden. Zoiets is
tegenwoordig
nauwelijks nog voor te
stellen. Vroeger was
er in het
voorjaar
nog vaak ijs te
vinden
op onze
waterwegen.
Na een
strenge winter,
die soms
tot ver in
maart
door-
ging,
was
er
tot in
het late voorjaar kruiend ijs.
De opstapeling
van
ijs
ontstaat
vooral als
het
na een
flinke
vorstperiode hard
waait.
De wind krijgt
dan
vat
op het ijs boven grote wateroppervlakken
en duwt
de
ijsschotsen over
grote
afstanden
tegen elkaar.
Strenge
winters met
een
gemiddelde
temperatuur
over drie
maanden onder nul zijn
de
laatste
jaren niet
meer voor-
gekomen.
Maart begint
vaak
nog wel met
winterse kou,
maar zeer koude
maartmaanden
zijn
de
laatste
jaren
weinig voorgekomen.
De laatste zeer
koude
maart
in
Wytgaard
dateert uit 2013,
die met
een
gemiddelde
temperatuur
van 1.3 graden (red.)
koud
genoeg
was
voor een top tien
notering. Sinds 1706
leverde
maart
drie
keer
een
gemiddelde
temperatuur op
van
onder
nul.
Het
laatst
gebeurde
dat in
maart 1845
met
-2.3 graden als
gemiddelde
veruit de
koudste
ooit.
Op het
Amsterdamse IJ
was het ijs zo
dik dat op
eerste
Paasdag,
23 maart,
de eieren
op het ijs
werden
gegeten.
Ook op 31
maart 1771
was dat
gelukt en
zover
bekend
zijn dat
de
enige 2 Paasdagen
met
ijs op
de
Hollandse
waterwegen.
De maand maart 1845 was de grootste
uitzondering
alle rivieren
in
ons land
waren bevroren.
Paarden met
karren en sleden
baanden
een weg over
het ijs.
De winter
hield het tot de laatste week
van
maart
vol
met herhaaldelijk strenge
vorst.
Vooral rond het
midden
van
maart 1845 was het
koud
met
-21 graden in
Groningen.
Recenter was op 23 maart 2008
een
uitzon-
derlijk koude Paasdag
met
een
minimum
-7.0 graden
in Twente. Dagboeken en weerkronieken
van
de
laatste
drie
eeuwen
bevatten veel informatie over
kou,
ijs en
ijsdiktes.
Veel transport
vond
plaats
over de
rivieren
zodat
ijsvorming voor de
economie
van groot
belang was.
Zo was er
niet alleen in maart 1845 sprake
van
een
dikke ijslaag
maar
bijvoorbeeld
ook in
1740.
Die winter was
extreem
koud met
ijs en sneeuw tot
diep
in
het voorjaar.
Pas rond half maart komt
het
ijs op
de
Waal
bij Nijmegen los. Tot die tijd konden
rivieren
als de
Waal en de Rijn
zonder
problemen
worden
overgestoken.
De laatste
decennia
waren
er nog
problemen
door
kruiend
ijs in de
winter van
1996 en op
kleine schaal in
maart 1979.
Ernstig was de
toestand
in de vorige eeuw
in
maart
van 1929,
1931,
1940 en
1942
toen ijsbergen
ontstonden van meters hoogte.
KNMI / Weer Servicedienst Leeuwarden/Wytgaard